Een stabiel kabinet en een evenwichtige coalitie. Helaas. Het is niet vanzelfsprekend dat de verkiezingen in 2017 dit als resultaat zal hebben. Iedere partij hangt een idee, een ideologie aan en behartigt de belangen van een (gedeelte van) de bevolking. Het is dan ook zeer aannemelijk dat niet over elk onderwerp en elke richting van beleid consensus is. Zoveel mensen, zoveel meningen en smaken.

Bezorgd
Politici en burgers zijn bezorgd over de toename van het aantal Kamerleden dat zich afsplitst van een partij en een nieuwe (eenmans)fractie vormt. Terecht. Als we ‘onze’ situatie vergelijken: in Europa ligt de kiesdrempel tussen 3-5%. In Nederland is dat 0,667%, in Duitsland 5%. In laatstgenoemd land resulteert dat in zes partijen in de Bundestag. In Nederland zijn er maar liefst 17 fracties actief in de Tweede Kamer actief, waarvan vijf eenmans- en drie tweemansfracties. Hier hebben de stemmers niet voor gekozen (met uitzondering van 50+ en PvdD) en in feite zou je dit kunnen duiden als kiezersbedrog. Daarnaast wordt stemmen steeds ingewikkelder door deze versplintering. De afsplitsingen hebben in sommige gevallen verstrekkende politieke gevolgen voor een zittende regering en de coalitie.

Risicomanagement
Na de Tweede Kamer-verkiezingen, waar burgers de keuze maken voor de partijen die ons mogen vertegenwoordigen, wordt het risico zichtbaar. De kaarten worden verdeeld en men gaat aan de slag met besturen. Of niet…. Wanneer Kamerleden/coalitieleden plotseling om persoonlijke reden of wellicht ‘verborgen’ ambities afsplitsen, bestaat de kans dat de regeringscoalitie haar meerderheid verliest. Met instabiliteit als effect. Dit risico wil de overgrote meerderheid van het huidige parlement voor de komende regeerperiode afwenden. Oftewel, tijd voor effectief risicomanagement!

Antidemocratisch
“Het fenomeen creëert onrust en kost te veel geld”, aldus de voorstanders van risicomaatregelen. Tegenstanders zijn er ook: de afsplitsers zelf. Zij noemen de voorgestelde maatregelen antidemocratisch, arrogant, hypocriet en hebben angst voor A- en B-klasse Kamerleden. Deze reactie van hen is enigszins logisch gezien de (persoonlijke) gevolgen, maar of hun waardeoordelen terecht zijn, valt te bezien. Want waar zit nu precies de pijn bij afsplitsingen?

Regeling Financiële Ondersteuning Fracties Tweede Kamer
De regeling Financiële Ondersteuning Fracties Tweede Kamer beschrijft welke fractie wat krijgt aan financiële middelen en waar het aan besteed mag worden. Uiteindelijke doel is het goed functioneren van een fractie. Zo staat in de regeling waar het geld nietvoor bedoeld is én moeten de uitgaven gedaan worden op basis van een gespecificeerde, reële declaraties. Iedere zetel (en hier gaat het dus niet om een fractie!) heeft recht op een persoonlijk assistent naar keuze. Maar er zijn ook specifieke fractie-regelingen die kostenverhogend zijn. Zo kregen de voormalig PvdA’ers Kuzu en Öztürk in 2015 ruim € 300.000,- ten behoeve van ‘ondersteuning’. Alleen al de hoogte van dit bedrag maakt het interessant om voor afsplitsing te kiezen.

Maatregelen
Wat zijn nu concreet de maatregelen die het risico op een instabiele regeerperiode en/of coalitie, door afsplitsing van Kamerleden, moet minimaliseren? Als er zetels zijn bemachtigd via verkiezingen, geeft dat rechten. Lukt dat niet, dan vervallen (deels) de rechten die de Tweede Kamerzetel met zich meebrengt. Uitgangspunt van de beoogde verandering is om de rechten voor afgesplitste zetels te verminderen, zoals:
•    minder spreektijd in de Kamer;
•    minder vragen in het vragenuurtje;
•    vervallen van bepaalde toelages.
Mijn verwachting is dat met name het laatst genoemde een hekel punt is voor de afsplitsers. Terwijl ik persoonlijk denk dat het best met iets minder kan. Dat is het risico, net als voor medewerkers die een bestaand bedrijf verlaten en hun eigen bedrijf starten.

Wetswijziging
In 1993 constateerde een toenmalige commissie dat het verhogen van de kiesdrempel niet noodzakelijk was. De hierboven beschreven problematiek was destijds dan ook minimaal. Anno 2016 denken we daar heel anders over. De noodzaak van risicomanagement is doorgedrongen tot in het parlement. In iedere organisatie is een cultuuromslag nodig om risicomanagement te gaan omarmen. Voor het parlement gaat het nog iets verder want een dergelijke staatskundige aanpassing betekent een ingrijpende wetswijziging van de Grondwet en de Kieswet. Toch lijkt men nu die richting te kiezen.