Sinds 1969 kent Europa de gevolgen van terroristische aanslagen. Afgelopen jaren zijn onder meer Madrid, Amsterdam,  Kopenhagen, Brussel en Parijs hard geraakt. Een groot aantal mensen stierven of raakten ernstig gewond. En ja, Amsterdam hoort ook thuis in dit rijtje. In 2004 werd Theo van Gogh namelijk vermoord vanuit een terroristisch oogmerk. Inmiddels is het 2017 en zijn we steeds angstiger voor een aanslag. Is dit terecht? Hoe is onze samenleving en denkwijze verandert? Hoeveel onveiliger leven wij nu in vergelijking met ‘vroeger’? Een interessante vraag in dit kader is ook in hoeverre de aanpak van terreur is veranderd. Ik zet enkele feiten op een rij en probeer deze vragen te beantwoorden.

Terror in the sky
Vanaf het moment dat het aantal passagiers in vliegtuigen toenam, werd deze manier van reizen/transport kwetsbaar voor terrorisme. In 1970 werd een toestel van Swissair opgeblazen. Vanaf dat moment ging het nog vaak mis. Na iedere aanslag volgden maatregelen om gelijksoortige aanslagen te voorkomen. En terroristen verzonnen vervolgens weer ‘succesvolle’ methodieken om deze maatregelen te omzeilen. Anno 2017 wordt een maatregel geïmplementeerd waarbij de laptop op sommige vluchten niet langer op de persoon wordt gedragen. In Somalië explodeerde een laptop met als gevolg een gat in de romp. De batterij was deels gemaakt van explosief materiaal. Vanaf 1970 werd de luchtvaart geconfronteerd met een significante toename van kapingen. In 2001 waren kapers nog steeds in staat om een cockpit over te nemen. Het gevolg was een ramp die de wereld volledig op zijn kop zette: 9/11. Duizenden mensen in en om het WTC in New York kwamen om. Vanaf dat moment ging de cockpitdeur steeds vaker dicht tijdens de vlucht. Tegenwoordig is een gesloten deur standaard, ongeacht wat er zich afspeelt in de cabine.

Waarom zijn wij met alle tactieken en technieken nog steeds niet in staat om een proces te bedenken en te handhaven die het terroristen onmogelijk maakt een vliegtuig te gebruiken als instrument voor een aanslag? Het veiligheidsrisico bestaat nog steeds. 100% elimineren van die kans bestaat niet, beweren veel mensen. Maar waarom dan niet? We accepteren al extreem veel maatregelen rondom een vlucht. We bevinden ons immers uit onze comfortzone wanneer we op 10 km hoogte vliegen, dus maatregelen om risico’s te beheersen voelen prettig aan. De uren in wachtrijen en alle checks nemen we dan vaak voor lief.  Wanneer het al mogelijk zou zijn om vliegen 100% veilig te maken, ontstaat het volgende vraagstuk: wie gaat dat betalen? Reizen per vliegtuig maakt de wereld in tijd kleiner, maar wanneer dit een vermogen kost, dan is het voor veel mensen niet meer haalbaar. Vliegmaatschappijen verliezen vervolgens omzet en dat kan hen de kop kosten. Veiligheid staat in de huidige maatschappij nooit los van andere belangen. Die wegen soms net zo zwaar mee in besluiten welke maatregelen genomen moeten worden: integraliteit. Neem het element reiscomfort eens als voorbeeld. Wanneer vliegen nog oncomfortabele gaat worden heeft dat direct invloed op de omzet.

Welk belang weegt dan het zwaarst? Veiligheid of kosten cq. Comfort en inkomsten?
Afhankelijk van een hoge of lage risicoperceptie zult u voor- of tegenstander zijn van de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen.

Terreur in stedelijk gebied
Aanslagen op cruciale infrastructuur, overheidsgebouwen of hoogwaardigheidsbekleders. Na elke manifestatie hiervan volgt een onderzoek naar de oorzaak en mogelijkheden om dit in de toekomst te voorkomen. Ook hier weten terroristen keer op keer kwetsbaarheden te ontdekken en te benutten. In 1956 liet een Algerijnse terreurgroepering bommen afgaan bij de kantoren van Air France. In 2011 weet Anders Breivik met een geïmproviseerd explosief enorme materiele schade aan te richten aan een overheidsgebouw in Noorwegen. Hoe kon hij een voertuig met ruim 900 kg explosief materiaal zo dichtbij het object parkeren? Ook hier is sprake van verschillende factoren: het veiligheidsgevoel van een bevolking en proportionaliteitsbeginsel (we willen het minst zware middel gebruiken om een doel te bereiken). Steeds vaker handelen we naar feitelijke dreiging. Dit is in Europa het meest efficiënt, omdat de financiële ruimte ten behoeven van veiligheid beperkt is.  Wetten en regelgeving maakten het mogelijk grensoverschrijdend gedrag te straffen en de overheid was lang in staat om verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid van burgers.  In de huidige tijd lijkt dit juridische kader en de huidige capaciteit van de veiligheidsketen niet voldoende te zijn en overschrijden individuen of groeperingen lachend onze regels.

De laatste jaren worden we geconfronteerd met aanslagen met modes operandi uit oorlogsgebieden: korte snelle acties met veel geweld. Daders gebruiken naast zware vuurwapens en geïmproviseerde explosieven nu ook middelen die gangbaar zijn in de ‘normale’ samenleving, zoals keukenmessen of (zware) voertuigen. Nagenoeg alle maatregelen hierop zijn reactief. De controle is weg, want de reactie is immers altijd later dan de actie. Maatregelen moeten de controle weer teruggeven.

Sympathie hebben ís vrijheid
Wat we vast kunnen stellen, is dat onze huidige vrijheid -het kunnen doen en laten wat we willen binnen de ‘ruime’ wetgeving- ons ook met een probleem opzadelt. Want wie géén strafbaar feit pleegt, is niet verdacht. Daar kun je niets tegen beginnen. Sympathie hebben voor een groepering of gedachtengoed ís vrijheid. Maar als je dan gelooft in extreme vormen van geweld? Mag je dat dan wél veroordelen? Een ongelooflijk complex dilemma. Realiteit is wel dat we te maken hebben met individuen die de vrijheid misbruiken om hun terroristisch handelen te laten slagen.

Weegschaal van percepties
De bevolking bestaat logischerwijs voor een groot gedeelte uit mensen die geen seconde bezig willen zijn met veiligheid. Zij vinden alle maatregelen overdreven en benaderen een veiligheidsrisico vanuit kansberekening. Daarnaast zijn er mensen die vanuit een gevolg denken. De gevolgen van een aanslag zijn voor hen onacceptabel. Zij nemen maatregelen om gevolgen te beperken en dat voelt voor hen prettig. Het element kans is voor hen minder van belang. Dit noemen wij de weegschaal van percepties. Er is hier geen sprake van goed of fout. De extremen houden de weegschaal in balans. En dat bepaalt wat geaccepteerd wordt aan maatregelen van de overheid. We zien de laatste jaren een verschuiving naar proactieve maatregelen. Inlichtingendiensten verzamelen steeds vaker data die een voorspellend vermogen kunnen voeden van wie wel en niet vatbaar is om terreur daden te plegen. De politie kan niet achterblijven en zal eerder ingrijpen, nog voordat er mogelijk een strafbaar feit heeft plaatsgevonden. Daar zal een bevolking aan wennen. Het spreekwoord ‘voorkomen is beter dan genezen’, gaat al jaren niet meer op bij opsporing van criminaliteit en terreur. We moeten het laten gebeuren en pas dan kan er iets tegen gedaan worden. Oftewel, ‘als het kalf verdronken is, dempt men de put’.

De verschuiving in attitude gaat een verschil maken gezien de veiligheid. Controle op de wijze waarop is in dezen cruciaal.