Komt etnische profilering nog vaak voor? Oftewel een staande houding op basis van etnische achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat (volgens de definitie van een hoogleraar van de Universiteit Leiden). Volgens de een wel, volgens de ander niet of in beperkte mate. Onderzoekers echter concludeerden het volgende na onderzoek binnen verschillende politiekorpsen: het is “een routineus, alledaags, structureel verschijnsel” en “minderheden worden buitenproportioneel vaak gecontroleerd.”

Is etnisch profileren dan nu daadwerkelijk een standaard of een exces? Hoe kan een gedegen risicomanagementproces imagoschade van de politie voorkomen? En wanneer is er sprake van een redelijke rechtvaardiging van dit etnisch profileren op basis van een referentiekader, een trend in delicten waarbij constant dezelfde etniciteit in het spel is?

In Tilburg werden de laatste maanden veel verdachten van Somalische en Marokkaanse afkomt aangehouden voor woninginbraken. Gevolg is dat de diender op straat hierop acteert, in het geval hij een verdachte persoon of verdachte situatie tegenkomt. Is een controle gerechtvaardigd wanneer een Somalier doelloos rondhangt? Dit is een lastige discussie. Voorkomen is beter dan genezen. Toch?

Invloed op referentiekader
Het overgrote deel van de bevolking, verwacht van de politie dat zij hulp biedt aan hen die dat behoeven, criminaliteit voorkomt en als het toch heeft plaatsgevonden de daders van misdrijven opspoort.  Om hen vervolgens door het Openbaar Ministerie voor de rechter te krijgen. In essentie is dit waar politiewerk om gaat. Dus politie moet zich op de feiten richten en niet handelen op basis van uitsluitend gevoel? Laten we die cijfers dan eens bekijken. Voor laagopgeleide jonge mannen met een migratieachtergrond geldt dat zij statistisch gezien meer kans hebben in de criminaliteit te belanden. Onderzoek van het ministerie van Justitie wijst dat uit. Uiteindelijk kun je niet veel met deze uitkomsten. Sterker nog, het heeft (negatieve) invloed op ons referentiekader en beeldvorming. Harde cijfers zeggen meer.

Dé cijfers
Uit het jaarrapport 2012 van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt het volgende: van alle autochtone Nederlanders was 2009 1% verdacht, afgezet tegen 3,8 % niet-westerse migranten. Kortom respectievelijk 99% en 96,2% van deze doelgroeptyperingen, zijn nooit verdacht geweest. Antilliaanse Nederlandse mannen zijn het meest verdacht, gevolgd door mensen van Marokkaanse afkomst.  Op de 3de plaats staan Surinaamse mannen.

Voor wat betreft jeugdcriminaliteit: van alle jongens van Marokkaanse herkomst is 65% tussen zijn 12de en 23ste levensjaar wel eens aangehouden tegen 55% van Antilliaanse jongens. Van autochtone jongeren is 25% wel eens aangehouden. Dit zijn schokkende cijfers die er niet om liegen. Combineer dit gegeven met het feit dat minder dan 1% van alle jongeren een voertuig kan bekostigen van een waarde van meer dan €45.000,00. Oftewel bij meer dan 99% van de gevallen dat een jongere in een duur voertuig rijdt, is er sprake is van een afwijkende situatie. Is het dan niet meer dan een redelijke rechtvaardiging dat de politie een dergelijke jongere aan de kant van de weg staande houdt? En ja, dan zal het ook wel eens voorkomen dat iemand onterecht staande wordt gehouden. Het risico daarop weegt niet op tegen de waarschijnlijkheid dat het wél terecht is.

Inzicht geven
Het imago van de politie als een racistische organisatie die het uitsluitend op allochtonen heeft gemunt, kan ontstaan omdat de risico’s niet goed beheersbaar zijn gemaakt. Er is onvoldoende aandacht gegeven aan de werkwijze van de politie als organisatie met als basis de individuele beoordeling van de agent. Door op een juiste wijze te communiceren met de bevolking en duidelijk te schetsen dat de politie op basis van de realiteit haar controles uitvoert, kan inzichtelijk worden gemaakt waardoor dergelijke processen (bijv. verscherpte controles op gerichte doelgroepen) worden gevolgd. Acceptatie door iedereen is nog een station verder, maar begrip kweken, is een eerste stap. Een gedegen administratief proces kan verder voorkomen dat de personen met een zuiver geweten niet zo vaak lastig gevallen worden en de politie de ‘juiste’ boeven op de hielen zit. Dit maakt het politiewerk veel effectiever.