Het managen van risico’s is in mijn dagelijkse praktijk vaak een ‘activiteit’ op organisatieniveau. De doelstelling van het bedrijf is leidend. Wat zijn de risico’s die daaraan kleven, hoe worden deze beoordeeld en wat kunnen we eraan doen om risico’s uit te sluiten of te verkleinen? De organisaties die risicomanagement toepassen, maar ook alle bedrijven die er minder of geen aandacht aanbesteden, maken onderdeel uit van een veel groter geheel: de maatschappij. Daarin leven en werken organisaties, burgers en overheden samen, en dealen ze dus samen met (de manifestatie) van risico’s. Oftewel, uiteindelijk raakt risicomanagement iedereen.

Risicomanagement wordt op Nationaal en politiek niveau ook bedreven. Een van de instrumenten in risicobeheer en risicomanagement is de politie. Spil in de praktische uitvoer is de agent op straat. Haast grappig dat losstaande incidenten op microniveau uitgelicht worden door met name de media, zonder dat de risicomanagementstrategie in ogenschouw wordt genomen. Persoonlijk leed bij de ‘gewone’ mens scoort en vanzelfsprekend worden er kritische vragen gesteld bij incidenten waarbij burgers het leven verliezen door toedoen van een politionele actie.

Er is al tijden veel discussie over de wijze waarop agenten geweld toepassen. Het is óf goed, onvermijdbaar, te zwak, te hard, te reactief, onnodig, uitgelokt of escalerend. In deze een korte case wil ik een poging doen om die laatste minuut voor een willekeurige politionele actie te analyseren. En dit niet los te zien van een de strategie!

De agent als risicomanager
Agenten benaderen na een melding van een overval een verdachte persoon die voldoet aan het signalement. Agenten moeten de nodige afwegingen maken in het hoofd alvorens zij een actie –welke dan ook- kunnen plegen.

1. Is deze man de verdachte en mag ik hem benaderen zoals ik nu doe?
2. Kan ik deze man onder controle krijgen, gezien zijn postuur?
3. Is er een wapen in het spel?
4. Welk geweldsmiddel kan en mag ik toepassen? fysiek geweld, wapenstok, peperspray of toch het vuurwapen?
5. Welk geweldsmiddel is nu wetstechnisch gezien het meest proportioneel?
6. Ben ik strafbaar als ik nu geweld gebruik?
7. Wat is de positie van mijn collega en omstanders?
8. Wat als ik geen vuurwapen zie?
9. Volg ik wel het goede protocol?
10. Wanneer neem ik initiatief?

Oftewel, risico’s, juridische afwegingen en trainingsaspecten passeren de revue. De kaders van de wet zijn letterlijk de kaders van de politieambtenaren. De mazen in de wet kunnen vervolgens voordelig of nadelig uitvallen voor de verschillende betrokken partijen.

In feite doorlopen de agenten alle stappen die binnen risicobeheer vallen: risico’s identificeren, risico’s inschatten, risico’s beoordelen en risico’s beheren. Dit alles opgehangen aan die ene doelstelling: beschermen van de democratie en een veilige samenleving.

Zoals ik in eerdere blogs al schreef, kunnen we vragen stellen bij de manier waarop er praktisch uitvoer wordt gegeven aan de strategie, oftewel de wet. De wijze waarop politieambtenaren hun werk kunnen uitvoeren, oftewel de mogelijkheden of beperkingen van bevoegdheden liggen mijns inziens te ver af van het redelijk ‘abstracte’ zorgen voor een veilige en gezonde democratie. De hoofddoelstelling van BV Nederland gaat hier wel over, maar wellicht is het een reële optie om subdoelstellingen te formuleren waar vervolgens een concrete uitwerking van risicobeheer en –management aan gekoppeld kan worden. Dan kunnen ook losstaande incidenten beter beoordeeld worden.