7 januari 2015. Vanaf die datum verandert onze risicoperceptie als het gaat om veiligheid. Langzaam maar zeker. De gruwelijke gevolgen van aanslagen kenden we al via televisie- en internetbeelden. Maar de aanslag op Charlie Hebdo bracht het écht dichtbij. Letterlijk en figuurlijk. De aanslag had iets weg van een guerrilla-actie in een stedelijk oorlogsgebied. Daarna volgen diverse aanslagen in Europa elkaar in rap tempo op. Het wordt -gek gezegd- een onderdeel van ons dagelijks leven. Het gevoel van vrijheid brokkelt af. Na de aanslagen in Parijs, lijken toeristen zich niet veel aan te trekken van de gebeurtenissen met betrekking tot geplande uitjes en vakanties. Men wil zich er simpelweg niet teveel mee bezig houden. Maar nu aan het begin van 2017 klinkt een ander geluid. Veiligheid is een belangrijk aspect geworden in keuzes voor bijvoorbeeld vakantiebestemmingen. Een haast bizarre wending in de ‘weegschaal van percepties’.

Veiligste tijd ooit
Ondanks alle ellende leven we momenteel op aarde in de veiligste tijd ooit. Ondanks dat gegeven, ervaart de gemiddelde individu onzekerheid wanneer we praten over de eerder zo vanzelfsprekende veiligheidssituatie. In deze blog ga ik in op een aantal aspecten die dit veroorzaken:

Media
Het is de rol van de journalistiek om verslag te doen van feiten en omstandigheden. Het verwijt dat media angst zaaien, is naar mijn mening dan ook niet terecht. Angst is het directe gevolg van gruweldaden en dus de ‘schuld’ van aanslagplegers. De verslaglegging van nieuws was vroeger beduidend anders, dat klopt wél. Een enkele ooggetuige deelde zijn ervaring voor een camera. Nu doen ooggetuigen zelf verslag door het gebruik van een smartphone, het delen van beelden en teksten (interpretaties) via social media. Niet geredigeerd, nee rechtstreeks en in a split second is alles openbaar. Waar voorheen een zeer beperkt inzicht was in de impact van bijvoorbeeld een aanslag, zien we de gebeurtenis nu vaak vanuit ‘first person’-perspectief. Ons brein analyseert en verwerkt deze waarnemingen in het besluitvormingscentrum.

Overheid
De overheid betrekt subtiel, maar trefzeker, de bevolking steeds meer bij de veiligheidsketen. Er wordt nu al een beroep gedaan op MKB’ers die bepaalde producten verkopen die ingrediënt kunnen zijn voor een zelfgemaakt explosief. Zij worden verzocht om alert te zijn op afwijkende aankopen van specifieke producten en zoveel mogelijk informatie van de koper te bewaren, zodat de politie dit indien noodzakelijk kan onderzoeken. Wat de overheid daarmee in feite zegt, is dat zij slagvaardiger is als burgers meer worden betrokken. Waar voorheen de zorg voor veiligheid volledig bij opsporingsdiensten lag, is nu is de waakzaamheid van burgers essentieel.

Wat begint bij het bedrijfsleven, zal zich langzamerhand uitbreiden naar andere (beroeps)groepen. Passend bij de algehele risicoperceptie van ons land. Verstandig en noodzakelijk is mijn mening. Deze maatregelen hebben ontegenzeggelijk een invloed op ons veiligheidsgevoel. We worden ons steeds bewuster van gevaren en zijn alerter. Dat móet een positief effect sorteren op veiligheid in het algemeen.

Discussie
Praten over dit onderwerp geeft inzicht in hoe mensen naar de situatie kijken. Hoe vaak zijn thema’s zoals dreiging en gevaar gespreksonderwerp bij een etentje of tijdens een verjaardag? Tot een tijd geleden besprak ik deze onderwerpen inhoudelijk uitsluitend met mijn collega’s. Nu is het gemeengoed geworden. Gesprekken maken de uitersten op ‘de weegschaal van percepties’ zichtbaar.

Acceptatie versus allesoverheersend
“Ik wil me er geen seconde mee bezighouden, want dat is precies wat die aanslagplegers willen. Ik leef mijn leven en als het mijn tijd is, dan is het mijn tijd.” Deze mensen omarmen risico’s en ervaren daarmee het gevoel dat zij léven. En –heel eerlijk- de kans dat wij betrokken raken bij een aanslag, is procentueel gezien minimaal. Deze groep accepteert dan ook nog eens het meest extreme gevolg dat een incident hen het leven kan kosten. Voor deze groep hoef je in feite niet eens te spreken over een risico. Zo ervaart men het niet.

Aan de andere kant staan mensen die angsten ervaren en hun leven laten leiden door vermijden of minimaliseren van veiligheidsrisico’s. Voor hen is grootte van de kans niet belangrijk. Als er ook maar iets van een kans bestaat, moet je daar wat aan doen! Deze mensen accepteren het mogelijke effect geenszins.

Als ik personen uit de eerste groep spreek, stel ik vaak de vraag of zij het acceptabel vinden dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor veiligheid een gelijke perceptie er op na houden. Vaak resulteert dit in inzicht dat het bestaansrecht van deze groep afhangt van mensen aan de andere kant van het veiligheidsspectrum. Tegen de mensen uit de tweede groep, zeg ik dat de ‘kans’ weldegelijk meegewogen moet worden. Wanneer je meedoet met de staatsloterij, investeer je in een minimale kans. Maar het is niet zo dat je op de 9de van de maand, de dag voor de trekking, je ontslagbrief bij de werkgever op bureau deponeert omdat jouw winkans van 0,000024% op de hoofdprijs is. Nu is die kans dat je betrokken raakt bij een aanslag ongeveer gelijk aan die van het winnen van de jackpot. Zet deze twee elementen nu eens tegenover elkaar en stel dan vast of die kans ingrijpende levensveranderingen waard is.

Conclusie
Het huidige niveau van ons veiligheidsbewustzijn past bij de realiteit. Van meer dan de helft van bevolking krijgt veiligheid nu een belangrijke plek in het rijtje van besluitvormingscriteria. Realiteit is dat we in een veilig land wonen en een goed werkend opsporingsapparaat hebben. Wanneer we de huidige trend blijven volgen, zullen we ons nog beter wapenen tegen vormen van extreem willekeurig geweld. We leren omgaan met dreiging. Het risico op terrorisme is een extra onderwerp in ons interne risicomanagement system. Net als autorijden na het horen over een dodelijk ongeval, reizen per vliegtuig na een journaalitem over een crash of leven in een huis na een online nieuwsbericht over een koolstofmonoxidevergiftiging. We leren ermee om te gaan en beperken de kans op manifestatie van het risico en de daaraan hangende gevolgen. Verschillende perceptieniveau’s van mensen zijn nodig om de juiste balans te vinden. Dialoog over het onderwerp geeft uiteindelijk het beste resultaat.