Waar ligt de balans?

Het is ongeveer 2,5 week na de aanslagen in Brussel, 3 weken na Ankara en Istanbul en bijna 5 maanden na Parijs. Waar staan we nu in Nederland? Is het veiligheidsgevoel nog vanzelfsprekend? Ik probeer antwoord op deze vraag te geven aan de hand van een paar activiteiten deze week. Ik neem jullie mee.

Selfie
Een bezoek aan Brussel. Ik rijd op de E40 rijd en vraag mijzelf af of er significante veranderingen zullen zijn met de tijd voor de aanslagen. Hoe voelen de inwoners van Brussel zich zo kort na de aanslagen? Tref ik verslagenheid aan? Met nog zo’n 50 km te gaan realiseer ik me ineens dat er weldegelijk iets veranderd is. Ik ben er namelijk constant mee bezig, daar waar ik normaal mijn auto als mobiel kantoor zie. Ik maak structureel gebruik van mijn telefoon, maar laat deze nu even links liggen. Ik besluit bewust een route dwars door de stad kiezen. Als ik daar aankom, word ik direct geconfronteerd met de realiteit. Met name in het gebied waar de kantoren van de EU gevestigd zijn, staat op iedere hoek een zwaar militair voertuig. Militairen in uniform, zwaar bewapend, patrouilleren in formaties van twee of drie man. Het is druk.

Een groot aantal mensen observeert de militairen die aanwezig zijn op een knooppunt van busverbindingen.

Jongeren willen een selfie maken, maar krijgen daar niet de kans voor. Een militair maakt op niet misverstane wijze duidelijk dat hij daar niet van gediend is. De jeugdigen druipen af. Ingangen van openbaar vervoer, gebouwen met vitale processen en andere kwetsbare locaties worden beveiligd door de krijgsmacht.

Vorig jaar zag ik dit beeld in de Zuid-Franse badplaats Cannes, waar op een mooie zomerdag militairen patrouilleerden op de boulevard. Tussen de zonaanbidders: surrealistisch beeld, haast intimiderend. De gezichten van de militairen stonden op scherp. Ik herken deze blik van de vele soldaten die ik tegenkwam in verschillende conflictgebieden. Nu in een stad op 105 km van de Nederlandse grens.

Andere werkelijkheid
De bevolking gaat van A naar B, merkt soms iets op of wijst naar de militairen, maar over het algemeen lijkt de stadsdynamiek hetzelfde te zijn. Mensen lopen gehaast, maken gebruik van mobiele telefoons, lachen en praten terwijl zij de zwaar bewapende militairen passeren.  Het lijkt zo weinig effect te hebben op de mensen. Is dat echt zo?  Terwijl ik een aantal winkels en hotels bezoek, blijkt echter een andere werkelijkheid. Volgens de medewerkers is het rustig op straat, hebben ze weinig klandizie. Hotels die normaal volgeboekt zijn, worden nu voor maar 40% gevuld. ‘Dat komt allemaal door de aanslagen’, zeggen de personen unaniem. Dat betekent een behoorlijke economische schade. De Belgen hebben absoluut geen vertrouwen in hun overheid. De woorden klunzig, onwetend, onervaren en reactief hoor ik een aantal keren vallen.

Fouillering
Terwijl ik midden in de stad muurvast in een file sta, zie ik op een parkeerplaats een staandehouding van een voertuig. Twee agenten stappen uit hun auto en lopen met getrokken wapen naar het verdachte voertuig. Een van de agenten draagt een automatisch vuurwapen en de ander een pistool. Zij zijn gekleed in een blauw gevechtspak en dragen zware kogelwerende vesten. Zij laten de bestuurder en passagier uitstappen en doen hen direct de boeien om. Een fouillering en aansluitend een vluchtige doorzoeking van de auto. Een heterdaad situatie denk ik nog. Opvallend is dat nadat het voertuig onderzocht is, de boeien worden afgedaan en de papieren worden gecontroleerd. Kort daarna zie de enigszins beduusde jongeren weer in hun auto stappen en wegrijden. Wat zag ik nu? Is dit een reguliere staande houding? Is dit de normale werkwijze geworden in België?

Hoger veiligheidsgevoel door maatregelen?
Na een gesprek met een Belgische partner blijkt het dat de dienders op straat behoorlijk voorzichtigheid betrachten. Ze nemen geen enkel risico, zij willen namelijk gewoon naar hun vrouw en kinderen na hun dienst en doen wat zij kunnen om toch hun werk te blijven doen. Soms een aanrijding afhandelen en soms een boef oppakken. Vooropgesteld, het handelen van de politie maakte een professionele indruk. Zij waren in controle en ik had geen moment het gevoel dat er paniek was, ook niet bij de omstanders. Een heel zichtbaar direct gevolg van de aanslagen. Een aantal mensen vraag ik of zij zich veiliger voelen door al die maatregelen en gek genoeg weten weinig mensen daar een antwoord op te geven. ‘Tja… een bom gaat zo af hè…’ of ‘Op de luchthaven stonden ook gewoon veiligheidsmensen en daar zijn ze gewoon langsgelopen’ of ‘Een mooi staaltje windowdressing en ik vraag me af wanneer ze weer vertrekken omdat het simpelweg te veel geld kost’.
Door de bevolking onvoldoende te betrekken zal het gaat niet lang duren voordat de bewoners zullen klagen over het optreden van de de gezagsdragers. Zij hebben eigenlijk geen idee wat deze mensen nu feitelijk kunnen betekenen.

Militairen onderdeel van straatbeeld
De inwoners van Brussel zijn ervaringsdeskundigen geworden. Zij weten inmiddels hoe zij met extreme vorm van geweld omgaan. Militairen zijn onderdeel geworden van het straatbeeld. Politie treedt anders op. Ze weten niet of de regering nu in controle is of niet. Want de regering is simpelweg niet zichtbaar en komt niet met een duidelijke visie naar buiten. Dat is ook lastig, maar dit roept in ieder geval de schijn op van een reactieve houding.

Pro-activiteit onmogelijk door rechtssysteem
Terug naar Nederland. Wij kennen een gelijkwaardige benadering van terrorisme en criminaliteit. Zodra er een incident plaatsvindt, richten we ons op het onderzoek om dader(s) te identificeren. Daarna vragen we ons massaal af hoe dit nu heeft kunnen gebeuren. En hopelijk kunnen we daarna een schuldige aanwijzen. Reactief. Natuurlijk zijn er ook pro-actieve processen, met name de inlichtingendiensten hebben deze handelingswijze, maar hoe pak je iemand zijn vrijheid af zonder aanwezigheid van een redelijk vermoeden van schuld? De juridische beperkingen en de wijze hoe onze rechterlijk macht recht spreekt, maakt het erg lastig om in een fase waar een risico nog geen probleem is al vrijheid belemmerende maatregelen te treffen.

Verschillende visies op veiligheidsmaatregelen
Afgelopen week was ik uitgenodigd om als gastspreker op te treden binnen een politiek forum van een politieke partij. Ik had verwacht met voornamelijk gelijkgestemden te maken te hebben –men stemt niet voor niets op eenzelfde politieke partij-, maar de meningen over bijvoorbeeld administratieve detentie voor Syriëgangers liepen enorm uiteen.   De een zegt ‘Moet kunnen, alles voor onze veiligheid’ en de ander vind dit veel te ver gaan. De een wil maatregelen implementeren in een fase van onrust ‘omdat je het ijzer moet smeden wanneer het heet is’ en de ander zegt ‘Laten we de rust bewaren en onderzoeken hoe goed we het nu eigenlijk geregeld hebben.

Nederland bepaalt context maatregelen
Het mooie van mijn vak is dat ik werk met de context die wordt aangedragen. En die context zal nu door de Nederlandse bevolking bepaald moeten worden. De politieke partij van onze voorkeur zal dat woord moeten verdedigen in de politieke arena. Hoeveel van onze vrijheden wij moeten opgeven om meer veiligheid te realiseren, zal nu bepaald moeten worden. Dan pas zullen maatregelen minder gezien worden als beperking maar meer als verrijking. Burgers krijgen zo een actievere rol in de veiligheidsketen. En hun waakzaamheid zal resulteren in een nauwere samenwerking met overheid.

De enige oplossing om de juiste maatregelen en houding aan te nemen, is het debat voeren. Met voor en tegenstanders. Een weerwoord op een maatregel kan soms mooie inzichten geven.

Nu gebruik maken van angst en onzekerheid is vaak een strategie van de politiek om maatregelen in te kunnen voeren. Maar het draagvlak is vaak tijdelijk.

Voorbeeld is de Patriotact van de USA. De meeste burgers ervaren dit nu als een truc van de regering om makkelijker informatie te verzamelen. Maar zo vlak na 9-11 leek het een adequate en juiste maatregel.

Iemand in de zaal vroeg, hoe worden wij weer een leeuw in plaats van een schaap. Mooie vraag, te meer omdat het antwoord simpel is. We moeten ons als leeuwen gedragen. Het kenmerk van een roofdier is pro-activiteit. Het enige dat prooien kunnen doen is reageren op de aanval. Wanneer wij onze bevolking goed voorbereiden, de juiste tools geven om hun melding te doen, de uitbaters van kwetsbare locaties en ondernemers verantwoordelijkheid nemen om tot een juiste set aan maatregelen te komen, de politie en inlichtingendiensten adequaat zijn uitgerust in mensen, middelen en procedures en de rechterlijke macht personen zwaarder gaat straffen op voorbereiding van strafbare feiten al dan niet met een terroristisch oogmerk, pas dán zullen we een verandering zien die echt effectief is. Losse maatregelen zijn te omzeilen en daardoor blijf je kwetsbaar. Een dergelijke gedragsverandering daarentegen is zeer effectief. De vraag blijft staan wat accepteren we om onze veiligheid te vergroten? De situatie in Europa de dreiging van geweld en de feitelijke aanslagen zullen een bevolkingsgroep beïnvloeden in het maken van die keuze.

Zonder wrijving geen glans en we zijn dan ook meer dan benieuwd hoe jullie lezers naar dit onderwerp kijken.